Ga naar hoofdinhoud

Lokale koppelingen in de desktopapp

De desktopapp kan lokale MCP-servers via stdio starten. Daarmee krijgt de AI toegang tot uitgebreidere Google- en Microsoftfuncties, Nextcloud en andere tools die een browser niet kan uitvoeren. Lokale bestandstoegang is ingebouwd en vereist geen MCP-server.

Onboarding

Bij de eerste inrichting doorloop je deze stappen:

  1. Je kiest een lokale standaardmap voor de ingebouwde bestandstools.
  2. Je kunt eventueel een lokale koppeling voor Nextcloud kiezen.
  3. Je kunt eventueel andere MCP-servers uit de toolwinkel toevoegen.

Je kunt de hele onboarding uitstellen. De standaardmap en eventuele aanvullende koppelingen kun je later alsnog instellen. Alle mapkeuzes worden alleen lokaal bewaard.

De toolwinkel

Klik op Tools toevoegen of MCP-server toevoegen. Je ziet eerst veilige presets die bij de desktopapp passen. Pas wanneer je Zelf een MCP-server toevoegen kiest, opent het handmatige formulier.

Veelgebruikte presets zijn onder andere:

PresetMogelijkhedenAanmelding
NextcloudBestanden, agenda en contactenServeradres, gebruikersnaam en app-wachtwoord
MemoryKennis bewaren en later terugvindenLokale opslag

De winkel kan daarnaast presets tonen voor diensten zoals GitHub, Canva, Notion, Supabase, Mailchimp en andere geschikte MCP-servers. Beschikbaarheid hangt af van platform, authenticatie en de actuele catalogus.

Google en Microsoft

Google Workspace en Microsoft 365 zijn ingebouwde AI-School-koppelingen. Ze werken op web, mobiel en desktop en zijn niet afhankelijk van OpenAI of van een lokale MCP-preset. Na eenmalige Google- of Microsofttoestemming kunnen de beschikbare tools met OpenAI, Claude, Gemini en Mistral worden gebruikt, voor zover het gekozen model toolgebruik ondersteunt.

Dynamische toolselectie

Een MCP-server kan tientallen tools aanbieden. De Desktop Deep Agent laadt daarom eerst compacte toolinformatie en selecteert tijdens de taak de relevante tools. Zo kunnen meerdere grote MCP-servers actief zijn zonder alle tools tegelijk in de modelcontext te plaatsen.

Beveiligde installatie

Lokale MCP-installatie heeft een strikte grens tussen de Angular-interface en Electron:

  • de renderer start geen vrije shellcommando's;
  • command, argumenten, environmentkeys en gevraagde toegang worden gecontroleerd;
  • een native dialoog toont wat er wordt gestart;
  • goedgekeurde configuraties krijgen een integriteitsbewijs;
  • secrets worden met de beveiligde opslag van het besturingssysteem versleuteld;
  • processen stoppen bij uitschakelen, verwijderen, uitloggen en afsluiten.

Verwijder je een server, dan worden ook de lokaal opgeslagen credentials verwijderd.

Status en testen

Onder Op deze computer zie je alle actieve lokale servers op één plek. In de chatinstellingen staan lokale en remote koppelingen samen onder Koppelingen.

Test een server met een concrete vraag, bijvoorbeeld:

  • “Welke mappen staan er in mijn Nextcloud?”
  • “Zoek de laatste e-mails over het project.”
  • “Welke bestanden staan er in deze lokale map?”

Controleer bij problemen de desktoplog. Een succesvolle verbinding vermeldt de servernaam en het aantal geladen tools.

Problemen oplossen

  • Server staat actief maar de AI ziet geen tools: herstart de lokale runtime en controleer of de server-ID in de chatrequest staat.
  • Aanmelding ontbreekt: open de server in Voorkeuren → Tools en kies opnieuw verbinden.
  • Nextcloud werkt niet: gebruik de basis-URL van de Nextcloudomgeving en een apart app-wachtwoord.
  • Lokale bestanden zijn niet bereikbaar: controleer of de actieve werkmap nog bestaat en kies haar zo nodig opnieuw via het dashboard.
  • Te veel tools: laat dynamische toolselectie aan en geef in je vraag duidelijk aan welke bron nodig is.

Zelf een stdio-server toevoegen

Gebruik bij voorkeur een preset. Voeg alleen handmatig een server toe als je de herkomst en het commando vertrouwt. Controleer vóór goedkeuring:

  • executable en argumenten;
  • environmentkeys;
  • filesystemtoegang;
  • lees- en schrijfcapabilities.

Zie ook

Toegang tot lokale mappen

De ingebouwde bestandstools kunnen alleen bestanden lezen of wijzigen binnen de werkmap die je via de native mapkiezer expliciet goedkeurt.

Elk pad wordt naar de canonieke locatie herleid. Trucs met een gelijkend voorvoegsel van een naastgelegen map en symbolische links die buiten een goedgekeurde map uitkomen, worden geweigerd. Na een herstart van de lokale runtime worden de rechten opnieuw gesynchroniseerd; zonder goedgekeurde map wordt bestandstoegang standaard geweigerd.

Vraag je de AI om een bestand of submap te verwijderen, dan verplaatst de desktopapp het item naar de systeemprullenbak. Dit werkt op Windows, macOS en Linux. De goedgekeurde hoofdmap zelf kan niet via de AI naar de prullenbak worden verplaatst.

WhatsApp